>

Kustroute /

Prachtige auto routes langs de kust

De Kustroute - Costa del Sol

De Kustroute van de Costa del Sol die van Nerja naar Tarifa loopt biedt de reiziger honderdtachtig kilometer kust met alle bekoringen van de zee en van de aan de route gelegen natuurparken. Als men vertrekt vanaf het meest oostelijk gelegen punt op de grens van de provincie Granada met die van Malaga, bereikt men ter hoogte van kilometer 297 op de N-340 het natuurgebied Maro-Cerro Gordo, een indrukwekkende kaap met een toren en steile met dicht struikgewas begroeide klippen met talrijke rondvliegende meeuwen. Iets verderop ligt Nerja met een aantrekkelijk centrum vol karakteristieke bouwwerken, tussen de rotsen gelegen stranden, met het boven de zee uittorende Balkon van Europa en de beroemde grot -de "prehistorische kathedraal"- waar een meer dan twee kilometer lange wandelroute voor het publiek is uitgezet onder enorme koepels, langs spookachtige figuren en rotstekeningen uit het stenen tijdperk. De route vervolgt via dezelfde weg tot Torre del Mar (21 km.) langs kustplaatsen van de La Axarquíastreek zoals bijvoorbeeld Torrox en Algarrobo waar bij de monding van de rivier de Torrox een Romeinse vindplaats bezocht kan worden en waar men een heel scala aan regionale wijnen (van droog tot zoet) kan proeven. Torre del Mar heeft een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt op toeristisch gebied en herinnert nauwelijks meer aan het oorspronkelijke ommuurde stadje dat dienst deed als uitkijkpunt van Vélez Málaga. In de omgeving bevindt zich de interessante Fenicische vindplaats Toscanos en de necropolis van El Jardín in de monding van de rivier de Vélez.

Verder langs de kustlijn bereikt men na 18 kilometer Rincón de la Victoria, een karakteristieke toeristische plaats in Malaga, niet ver van de stad gelegen, met een fraai strand en aangenaam warm zeewater. Malaga ligt in een vallei aan de monding van de Guadalmedina en de Guadalhorce. Van oudsher is deze plaats op de zee gericht, met zijn haven, de zeepromenade die gewijd is aan de onsterfelijke Picasso en de bekende stranden van El Palo.

Vanuit Malaga, de hoofdstad van de Costa del Sol, loopt de route langs stranden en steden waar gedurende de afgelopen dertig jaar de belangrijkste ontwikkeling van het toerisme in Spanje heeft plaatsgevonden. Het op 12 kilometer van de hoofdstad gelegen Torremolinos wordt beschouwd als de drijvende kracht van het toerisme van deze streek. Deze plaats werd na de verovering door het Katholieke Koningen in 1489 herbevolkt. De oorsprong van het huidige toerisme dient gezocht te worden in het Kasteel van de Engelsman waar in de twintiger jaren veteranen van de Eerste Wereldoorlog gehuisvest werden. De Verdedigingstoren en de visserswijk La Carihuela met zijn restaurants gespecialiseerd in "pescaíto frito" - gefrituurde vis - zijn de belangrijkste bezienswaardigheden. De sterkste ontwikkeling van Torremolinos vond plaats in de jaren '70, waarna de uitbreiding van het toerisme zich verplaatste naar nabijgelegen plaatsen aan de kust, zoals Benalmádena, op zes kilometer afstand gelegen, en het bij deze gemeente behorende Arroyo de la Miel. De jachthaven, het centrum van het nachtleven, het Casino van Torrequebrada, vernoemd naar de nabijgelegen uitkijktoren, en het pretpark Tivoli - gebouwd naar voorbeeld van het gelijknamige lunapark van Kopenhagen - bieden uitgebreide faciliteiten voor sport, vrijetijdsbesteding en uitgaan. Fuengirola is eveneens een gezellig drukke stad die gericht is op het zon- en strandtoerisme. Verscheidene historische monumenten zijn een bezoek waard, zoals het kasteel van Sohayl, de thermen en Romeinse villa, een interessant schilderijenmuseum, evenals een excursie naar Mijas, een karakteristiek en origineel bergdorpje.

Het op ongeveer 50 kilometer van de hoofdstad gelegen Marbella is ongetwijfeld de belangrijkste toeristische attractie van de Costa del Sol. De aan de voet van de Sierra Blanca in een prachtige baai gelegen stad is een aanvankelijke stagnatie in zijn ontwikkeling voortreffelijk te boven gekomen en biedt momenteel hoogwaardige faciliteiten. Het oude karakteristieke centrum, de prachtig aangelegde keurig onderhouden straten en stranden, de verbazingwekkend gevarieerde en luxueuze huizencomplexen hebben ervoor gezorgd dat deze plaats bekend geworden is als de 'gouden driehoek', mede dankzij de hier gecreëerde bron van welvaart. Alom bekend is de door magnaten uit de hele wereld bezochte Puerto Banús en de stranden van San Pedro de Alcántara, tegenwoordig deel uitmakend van Marbella.

In de omgeving liggen Istán, waar het drinkwater aan de Costa del Sol vandaan komt, en Ojén, een ecologisch paradijs. In Estepona, ten tijde van de Feniciërs Astapa genaamd, hebben in de Middeleeuwen belangrijke zee- en veldslagen plaatsgevonden. Dit stadje ligt beschut tegen de wind uit de Sierra Bermeja en heeft een typisch mediterraan centrum, een opmerkelijke jachthaven en een bekend naturistenstrand van de Costa del Sol - Costa Natura - in Arroyo Vaquero. Voordat men Manilva bereikt, waar men een prachtig uitzicht heeft over de kust, via een weg langs huizencomplexen en bekoorlijke stranden, wordt men aangeraden eerst een afslag naar Casares te nemen, ter hoogte van Km. 146 op de N-340. Na 14 kilometer lang bergopwaarts gereden te hebben bereikt men dit bergdorp, de geboorteplaats van Blas Infante, de vader van de Andalusische identiteit, waar een oude vesting te zien is. Deze plaats werd gesticht in opdracht van Julius Cesar en is tot kunsthistorisch geheel verklaard. Vooral de kerk van La Encarnación, de Torre de la Sal en de archeologische vindplaats zijn een bezoek waard.

De volgende halte op de route is Manilva, op 94 kilometer afstand van Malaga gelegen, niet ver van Sotogrande. Deze plaats ligt op een heuvel die uitzicht biedt op het zeven kilometer lange strand dat bij deze gemeente hoort. Noemenswaardig zijn het kasteel en de stranden van Sabinillas met in de omgeving een recreatiegebied met woningen, golfbanen en een jachthaven. San Roque heeft een oude stadskern die tot Kunsthistorisch Monument is uitgeroepen. Enkele kilometers verderop ligt in de diepte La Línea de la Concepción. Deze aan Gibraltar grenzende plaats is een echte museumstad die bovendien over twee uitgestrekte stranden beschikt. Het westelijke strand biedt uitzicht op de baai terwijl het oostelijke strand op de Middellandse Zee uitkijkt. Aan het hoofd van de baai ligt Algeciras, één van de meest bedrijvige havens van Europa. Algeciras onderhoudt een constante veerdienst met het noorden van Afrika. Aan het Plaza Alta staat de kerk van Nuestra Señora de la Palma, daterend uit de XVIIIe eeuw. Aan stranden zoals dat van El Rinconcillo worden duik- en zeilwedstrijden gehouden. Tenslotte eindigt de Costa del Sol in Tarifa, waar het zeewater de prachtige kliffen omzoomt.


De route van La Axarquía- Costa del Sol

"Goed water en gezonde lucht, de grond uitstekend geschikt voor de zijdecultuur en veel rozijnen en druivensap"; dit was de streek La Axarquía voor Henríquez de Jorquera (XVIIe eeuw). Dit gewest in het oosten van Malaga strekt zich uit tot aan de natuurlijke grens gevormd door de bergkammen van Alhama, Tejeda en Almijara in de provincie Granada. In de sporen van de befaamde 14e-eeuwse reiziger Ibn Batuta loopt deze route door het gewest La Axarquía. Hier vond de laatste door de Arabieren gewonnen veldslag plaats tussen moren en christenen met als inzet het Koninkrijk Granada, waarna dit definitief door het Katholieke Koningen herwonnen werd. Als men de stranden van Malaga El Palo en Pedregalejo achter zich heeft gelaten bereikt men Rincón de la Victoria, een onder de inwoners van Malaga geliefd toeristencentrum dat beroemd is vanwege de voortreffelijke vis die hier gevangen wordt en die men ter plekke in de strandpaviljoens kan nuttigen. Na een bezoek aan de grot van El Higuerón, met rotstekeningen, volgt men een afslag via een B-weg naar Macharaviaya, geboorteplaats van de familie Gálvez, bekende veroveraars en mecenassen.

Weer terug aan de kust bereikt de reiziger vrijwel onmiddellijk Torre del Mar, een belangrijk toeristencentrum; enkele kilometers landinwaarts ligt Vélez Málaga, de hoofdstad van het gewest La Axarquia, oorspronkelijk de Romeinse nederzetting Mainoba, Vanuit deze plaats is goed te zien dat dit gewest op een gigantisch, meer dan duizend vierkante kilometer groot amfitheater lijkt met bergen rondom die aflopen in de richting van de zee.

Op de Monte de Veas staat het kasteel oftewel vesting van Vélez Málaga waarnaar de stad vernoemd is. Het oude stadsgedeelte is tot kunsthistorisch monument verklaard met als belangrijkste bouwwerk de parochiekerk van Santa María la Mayor, in gotische mudejarstijl, gebouwd op de funderingen van een voormalige moskee. Ook de kloosters van San Francisco, Las Claras en Las Carmelitas zijn de moeite waard, evenals de kerken van San Juan Bautista en San José de la Soledad en de beroemde weg kapelletjes. De belangrijkste civiele gebouwen zijn het Huis van Cervantes en het Hospitaal van San Marcos, hoewel het de moeite waard is een wandeling te maken door het historisch centrum dat nog veel meer interessante bouwwerken biedt. Vélez Málaga ligt aan het begin van een route die langs talrijke bekoorlijke dorpen voert. In westelijke richting bereikt men via Benamocarra en Benamargosa het bovenop een berg gelegen Comares dat nog een karakteristiek mohammedaans stadsplan vertoont met steile nauwe straatjes; Viñuela met archeologische vindplaatsen van het Neolithicum tot aan de Romeinse periode en Alcaucin met zijn kasteel en baden. In de omgeving bevinden zich Cútar, El Borge en Almáchar met zijn persinstallaties en subtropisch fruit.

In oostelijke richting rijdt de reiziger door een heuvelachtig landschap met witgeschilderde boerderijen en verrassende kleine dorpen met een Arabische architectuur waar nog sporen van het moorse verleden terug te vinden zijn, zoals bijvoorbeeld de minaretten van Árchez en Salares, het ronde kerkhof van Sayalonga, de kapel van San Sebastián in Algarrobo en de Paasweekvieringen van Riogordo. Dorpen temidden van een indrukwekkend landschap zoals bijvoorbeeld Cómpeta met een sierlijke toren en dicht tegen elkaar aan gebouwde huizen of Canillas, gelegen tussen de dalen van de rivieren de Vélez en de Rubite. Het aan de kust gelegen Torrox is de geboorteplaats van de legeraanvoerder Almanzor en ooit het centrum van de zijdecultuur in de Nazaritische tijd en Nerja, aan de oostelijke grens van de Costa del Sol, met een prachtig stadscentrum, stranden en de beroemde dolomietgrot. Vanuit Nerja rijdt men in noordelijke richting naar Frigiliana met de prehistorische begraafplaats Cerillo de las Sombras en steile gebergten. Deze plaats heeft een belangrijke rol gespeeld in de opstand van de tot christen bekeerde moslims en heeft nog steeds de zuiverste Arabische sfeer van het gehele gewest La Axarquía behouden


De route van de witte dorpen- Costa del Sol

De route van de Witte Dorpen biedt de fraaiste voorbeelden van de Andalusische volksbouwkunst. Deze dorpen liggen in de provincies Malaga en Cádiz, aan de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, temidden van berggebieden die deel uitmaken van het Sistema Bético, de Serranía de Ronda en de Sierra de Cádiz. Vanuit deze op bergtoppen en hellingen gelegen dorpen heeft men een goed uitzicht op de omgeving. Vanuit de verte gezien lijken het witte vlekken tegen een achtergrond van steeneiken, kurkeiken, dennenbomen en Spaanse zilversparren.

Nauwe steile straatjes, stegen die toegang verlenen tot binnenplaatsen en woningen, kleine bogen ter ondersteuning van gevels en daken met dakpannen boven witgekalkte muren vormen een karakteristiek geheel. Temidden daarvan is vaak een kasteel te zien als herinnering aan middeleeuwse tijden toen deze dorpen op de grens lagen tussen moors en christelijk gebied. Men kan hier verschillende routes volgen. Een goed vertrekpunt is Ronda, een lieflijk stadje van Keltische oorsprong, gelegen op meer dan zevenhonderd meter hoogte boven een indrukwekkend ravijn dat de stad in tweeën deelt. Verscheidene toegangspoorten verkeren nog in goede staat, zoals die van Almocábar (XIIIe eeuw), de poort van Los Molinos die toegang verschaft tot het Arabische stadsgedeelte en de poort van Karel V. In de wijk van San Francisco is een karakteristiek Andalusisch stadsplan bewaard gebleven en in het lager gelegen deel van de stad bevinden zich de Arabische baden met een nog vrijwel intacte structuur (XIIIe-XIVe eeuw). De stad beschikt over een indrukwekkend erfgoed van meer dan zeventig adellijke huizen waaronder vooral het paleis van Salvatierra en de huizen van El Gigante, Mondragón en El Rey Moro een bijzondere vermelding waard zijn.

Noemenswaardige kerkelijke monumenten zijn de kerk van Santa María la Mayor, het klooster van Santo Domingo en de minaret van San Sebastián alsmede de arena uit de tijd van Filips II. Op 12 kilometer afstand bevindt zich de Romeinse stad Acinipo, ook bekend als Ronda la Vieja, die dateert uit Ronda de IIe eeuw. Vanuit Ronda voert een zuidelijke route naar Montejaque en de nabijgelegen grot van El Hundidero waar het water van de rivier de Gaduares verdwijnt om pas negen kilometer verderop weer te verschijnen in de grot van El Gato in de gemeente Benaoján met een uitkijktoren, de kerk van El Rosario en de grot van La Pileta met rotstekeningen uit het stenen tijdperk.

Aan de overkant van de rivier de Guadiaro ligt Jimena de Libar waar een oud Romeins-Arabisch kasteel staat. Verder via Atajete bereikt men Benadalid met het oudste kasteel van dit gewest; Aigatocín met Romeinse ruïnes en Cortes de la Frontera met een schitterend plein met wapenschilden, de kerk van Nuestra Señora del Rosario, het Huis van de familie Valdenebro en het Gemeentehuis.

De route naar het noorden en westen voert de reiziger naar Setenil de las Bodegas waar de volksarchitectuur overgaat in de omgeving doordat de huizen uitgehold zijn in de wanden van het ravijn. De vesting uit de mohammedaanse tijd en de kerk van La Encarnación in gotische stijl zijn de belangrijkste monumenten van deze plaats. Via Alcalá del Valle en Alhaquime bereikt men Olvera. Dit dorp doemt op als een grote witte piramide bekroond met het Arabische kasteel uit de XIIe eeuwen de kerk van San José. In de omgeving vormt de Rots van Zaframagón een belangrijk ecologisch reservaat.

In het westen ligt Aigodonales, omringd door olijfgaarden en moestuinen die een sterk contrast vormen met de witte huizen. Hier volgt men de weg naar Zahara de la Sierra, dat in de VIIIe eeuw gesticht werd door de Arabieren en tegenwoordig tot Nationaal Monument is verklaard. Op een wandeling door de karakteristieke straten van Zahara, komt de reiziger langs het islamitische kasteel uit de XIIe eeuwen de kerk van Santa María de Mesa in barokstijl. Vanaf het kasteel heeft men een prachtig uitzicht op het Natuurpark Grazalema. Op weg naar Grazalema voert een pad aan de rechterkant naar Garganta Verde met een indrukwekkende grot die de Kapel van La Garganta genoemd wordt. Na een rit bergopwaarts naar de Bergpas van Las Palomas (1357 meter hoog) bereikt men Grazalema, dat tussen de berg gebieden van El Pinar en El Endrinal ligt. Ooit vormde deze plaats een nederzetting van Romeinen en Arabieren. De belangrijkste monumenten zijn de kerk van La Encarnación en die van La Aurora (XVIIe eeuw).

De route vervolgt via Villaluenga del Rosario, het hoogst gelegen dorp van dit gewest, naar Ubrique dat zich bovenop de vrijwel verticale wand van de Cerro del Algarrobal bevindt, befaamd vanwege de ambachtelijke leerbewerking. Belangrijke kerkelijke monumenten zijn de kerk van San Antonio (XVIe eeuw), het Kapucijnerklooster, de kerk van Nuestra Señora de la O en de kerk van San Pedro, tegenwoordig in gebruik als bibliotheek. Op weg naar El Bosque komt men langs Benamahoma met een zilversparrenwoud, een inheemse boomsoort die nog slechts op enkele plaatsen overleeft. In El Bosque, een verblindend wit dorpje, kan men uitstekend op forel vissen en zweefvliegen.

De volgende halte op de route, Villamartín, heeft een aantal interessante civiele bouwwerken: het Paleis van de familie Ríos, het Huis van de familie Topete, en kerkelijke monumenten: de kerk van Las Virtudes uit de XVIe eeuw, die van San Francisco en de kerk van Las Angustias. Alvorens Bornos te bereiken wordt men aangeraden een bezoek te brengen aan de Romeinse ruïnes van Carissa Aurelia en het gelijknamige stuwmeer. Het monumentale erfgoed van deze plaats bestaat uit het Kasteel-Paleis van de familie Ribera, het Huis van Ordoñez, de kerk van Santo Domingo (XVIe eeuw), het college van La Sagra, de kapel van El Calvario en het klooster van Corpus Christi.

Men rijdt vervolgens voorbij de afslag naar Espera, eveneens een bekoorlijk bergdorp, in de richting van Arcos de la Frontera, het eindpunt van deze route. Dit is als het ware een prototype van de witte dorpen. Vroeger waren hier Romeinen, Westgoten en Arabieren gevestigd en nog steeds heeft Arcos één van de meest spectaculaire stadscentra van Spanje. De reiziger kan hier talrijke monumenten bezoeken, zoals bijvoorbeeld de kerk van Santa María (XVe eeuw) in gotische mudejarstijl; het kasteel van de Hertogen, een voormalige residentie van de Taifakoningen; het Huis van Belén; de kloosters van San Francisco, San Agustín en La Encarnación en andere religieuze monumenten zoals de kerken van San Pedro, La Caridad, San Juan de Dios en La Misericordia.


De route van de Guadalhorce naar Antequera- Costa del Sol

Deze route loopt langs de rivier de Guadalhorce door een opmerkelijk, spectaculair landschap. Met Malaga als vertrekpunt rijdt U naar de dorpen van La Haya via de zogenaamde Oranjebloesem route die begint in Alhaurín el Grande. Deze plaats is te bereiken via de kust ofwel door richting Cártama te rijden. Alhaurín, het voormalige Romeinse Laura Nova vertoont de sporen van oude beschavingen (Iberiërs, Tyriërs, Feniciërs, Romeinen). Het stadje is gevestigd aan de noordzijde van de Sierra de Mijas en ziet uit op de vallei van de Guadalhorce. De belangrijkste monumenten zijn het Gemeentehuis, de kerk van Nuestra Señora de la Encarnación en het paleis van Montellano. De belangrijkste viering is de Paasweek waarbij de verschillende broederschappen met elkaar wedijveren bij het vervaardigen van de mooiste beeldengroepen die meegedragen worden in de processies. Het nabijgelegen Coín met het fraaie kasteel, waar de reiziger Ibn Batuta reeds in de XIVe eeuw op attent maakte, biedt eveneens prachtige kerken en fonteinen, een diepgewortelde pottenbakkerstraditie en de legende van de verschijning in deze plaats van de Maagd van Fuensanta in de XVe eeuw. De route voert terug naar het station van Cártama en vervolgens naar Álora (gelegen op 34 km. afstand) met citroenbomen langs de weg. Het dorp ligt tussen de heuvels en het stadscentrum bestaat uit talrijke steile straatjes die naar het Arabische kasteel leiden, vanwaar men een uitstekend uitzicht heeft over de vlakte van de Guadalhorce. Vanhier kunnen twee verschillende interessante excursies gemaakt worden. Voor de eerste daarvan volgt men de weg naar Carratraca, met een 19e-eeuws kuuroord, en Ardales, gelegen aan de oever van de rivier de Turón met een middeleeuws kasteel.

De tweede excursie voert naar de ruïnes van Bobastro (een mozarabische kerk in een uitgeholde rots) en de kloof van El Chorro met een indrukwekkend landschap en grotten waar rotstekeningen te zien zijn. Men rijdt vervolgens terug naar Álora en neemt de weg in de richting van Antequera (34 km.). Deze plaats ligt in het hart van Andalusië, midden op de route tussen Sevilla en Granada en tussen Malaga en Córdoba. Reeds sinds prehistorische tijden hebben allerlei beschavingen hier langere of kortere tijd vertoefd en de stad beschikt dan ook over de grootste variatie aan monumenten van Andalusië. In de stad met de witte kerkjes in de stijl van Góngora (naar de dichter Gerardo Diego) - onder de Arabische overheersing het vrijwel onoverwinnelijke Madina Antakira - dient men beslist een bezoek te brengen aan de Puerta de Granada, de Arco de los Gigantes en het kasteel met de verdedigingstoren.

Het christelijke erfgoed komt tot uiting in de Collegiale Kerk van Santa María la Mayor; de kerken van San Sebastián, Santo Domingo, San José, San Pedro, La Encarnación en El Carmen en nog enkele andere noemenswaardige bouwwerken. In het Gemeentemuseum kan men mooie verzamelingen schilderwerken, beelden en edelsmeedkunst bewonderen. Het dertien kilometer zuidelijker gelegen Torcal de Antequera is met zijn meer dan duizend hectare oppervlakte één van de meest spectaculaire gewesten van Andalusië. De erosie, teweeggebracht door de tijd en het water, heeft ongelooflijke vormen uitgesleten in de rotsen van dit Natuurgebied gevormd door een fantastisch bergmassief met karstverschijnselen.


De Kustroute - Costa del Sol

De Kustroute van de Costa del Sol die van Nerja naar Tarifa loopt biedt de reiziger honderdtachtig kilometer kust met alle bekoringen van de zee en van de aan de route gelegen natuurparken. Als men vertrekt vanaf het meest oostelijk gelegen punt op de grens van de provincie Granada met die van Malaga, bereikt men ter hoogte van kilometer 297 op de N-340 het natuurgebied Maro-Cerro Gordo, een indrukwekkende kaap met een toren en steile met dicht struikgewas begroeide klippen met talrijke rondvliegende meeuwen. Iets verderop ligt Nerja met een aantrekkelijk centrum vol karakteristieke bouwwerken, tussen de rotsen gelegen stranden, met het boven de zee uittorende Balkon van Europa en de beroemde grot -de "prehistorische kathedraal"- waar een meer dan twee kilometer lange wandelroute voor het publiek is uitgezet onder enorme koepels, langs spookachtige figuren en rotstekeningen uit het stenen tijdperk. De route vervolgt via dezelfde weg tot Torre del Mar (21 km.) langs kustplaatsen van de La Axarquíastreek zoals bijvoorbeeld Torrox en Algarrobo waar bij de monding van de rivier de Torrox een Romeinse vindplaats bezocht kan worden en waar men een heel scala aan regionale wijnen (van droog tot zoet) kan proeven. Torre del Mar heeft een indrukwekkende ontwikkeling doorgemaakt op toeristisch gebied en herinnert nauwelijks meer aan het oorspronkelijke ommuurde stadje dat dienst deed als uitkijkpunt van Vélez Málaga. In de omgeving bevindt zich de interessante Fenicische vindplaats Toscanos en de necropolis van El Jardín in de monding van de rivier de Vélez.

Verder langs de kustlijn bereikt men na 18 kilometer Rincón de la Victoria, een karakteristieke toeristische plaats in Malaga, niet ver van de stad gelegen, met een fraai strand en aangenaam warm zeewater. Malaga ligt in een vallei aan de monding van de Guadalmedina en de Guadalhorce. Van oudsher is deze plaats op de zee gericht, met zijn haven, de zeepromenade die gewijd is aan de onsterfelijke Picasso en de bekende stranden van El Palo.

Vanuit Malaga, de hoofdstad van de Costa del Sol, loopt de route langs stranden en steden waar gedurende de afgelopen dertig jaar de belangrijkste ontwikkeling van het toerisme in Spanje heeft plaatsgevonden. Het op 12 kilometer van de hoofdstad gelegen Torremolinos wordt beschouwd als de drijvende kracht van het toerisme van deze streek. Deze plaats werd na de verovering door het Katholieke Koningen in 1489 herbevolkt. De oorsprong van het huidige toerisme dient gezocht te worden in het Kasteel van de Engelsman waar in de twintiger jaren veteranen van de Eerste Wereldoorlog gehuisvest werden. De Verdedigingstoren en de visserswijk La Carihuela met zijn restaurants gespecialiseerd in "pescaíto frito" - gefrituurde vis - zijn de belangrijkste bezienswaardigheden. De sterkste ontwikkeling van Torremolinos vond plaats in de jaren '70, waarna de uitbreiding van het toerisme zich verplaatste naar nabijgelegen plaatsen aan de kust, zoals Benalmádena, op zes kilometer afstand gelegen, en het bij deze gemeente behorende Arroyo de la Miel. De jachthaven, het centrum van het nachtleven, het Casino van Torrequebrada, vernoemd naar de nabijgelegen uitkijktoren, en het pretpark Tivoli - gebouwd naar voorbeeld van het gelijknamige lunapark van Kopenhagen - bieden uitgebreide faciliteiten voor sport, vrijetijdsbesteding en uitgaan. Fuengirola is eveneens een gezellig drukke stad die gericht is op het zon- en strandtoerisme. Verscheidene historische monumenten zijn een bezoek waard, zoals het kasteel van Sohayl, de thermen en Romeinse villa, een interessant schilderijenmuseum, evenals een excursie naar Mijas, een karakteristiek en origineel bergdorpje.

Het op ongeveer 50 kilometer van de hoofdstad gelegen Marbella is ongetwijfeld de belangrijkste toeristische attractie van de Costa del Sol. De aan de voet van de Sierra Blanca in een prachtige baai gelegen stad is een aanvankelijke stagnatie in zijn ontwikkeling voortreffelijk te boven gekomen en biedt momenteel hoogwaardige faciliteiten. Het oude karakteristieke centrum, de prachtig aangelegde keurig onderhouden straten en stranden, de verbazingwekkend gevarieerde en luxueuze huizencomplexen hebben ervoor gezorgd dat deze plaats bekend geworden is als de 'gouden driehoek', mede dankzij de hier gecreëerde bron van welvaart. Alom bekend is de door magnaten uit de hele wereld bezochte Puerto Banús en de stranden van San Pedro de Alcántara, tegenwoordig deel uitmakend van Marbella.

In de omgeving liggen Istán, waar het drinkwater aan de Costa del Sol vandaan komt, en Ojén, een ecologisch paradijs. In Estepona, ten tijde van de Feniciërs Astapa genaamd, hebben in de Middeleeuwen belangrijke zee- en veldslagen plaatsgevonden. Dit stadje ligt beschut tegen de wind uit de Sierra Bermeja en heeft een typisch mediterraan centrum, een opmerkelijke jachthaven en een bekend naturistenstrand van de Costa del Sol - Costa Natura - in Arroyo Vaquero. Voordat men Manilva bereikt, waar men een prachtig uitzicht heeft over de kust, via een weg langs huizencomplexen en bekoorlijke stranden, wordt men aangeraden eerst een afslag naar Casares te nemen, ter hoogte van Km. 146 op de N-340. Na 14 kilometer lang bergopwaarts gereden te hebben bereikt men dit bergdorp, de geboorteplaats van Blas Infante, de vader van de Andalusische identiteit, waar een oude vesting te zien is. Deze plaats werd gesticht in opdracht van Julius Cesar en is tot kunsthistorisch geheel verklaard. Vooral de kerk van La Encarnación, de Torre de la Sal en de archeologische vindplaats zijn een bezoek waard.

De volgende halte op de route is Manilva, op 94 kilometer afstand van Malaga gelegen, niet ver van Sotogrande. Deze plaats ligt op een heuvel die uitzicht biedt op het zeven kilometer lange strand dat bij deze gemeente hoort. Noemenswaardig zijn het kasteel en de stranden van Sabinillas met in de omgeving een recreatiegebied met woningen, golfbanen en een jachthaven. San Roque heeft een oude stadskern die tot Kunsthistorisch Monument is uitgeroepen. Enkele kilometers verderop ligt in de diepte La Línea de la Concepción. Deze aan Gibraltar grenzende plaats is een echte museumstad die bovendien over twee uitgestrekte stranden beschikt. Het westelijke strand biedt uitzicht op de baai terwijl het oostelijke strand op de Middellandse Zee uitkijkt. Aan het hoofd van de baai ligt Algeciras, één van de meest bedrijvige havens van Europa. Algeciras onderhoudt een constante veerdienst met het noorden van Afrika. Aan het Plaza Alta staat de kerk van Nuestra Señora de la Palma, daterend uit de XVIIIe eeuw. Aan stranden zoals dat van El Rinconcillo worden duik- en zeilwedstrijden gehouden. Tenslotte eindigt de Costa del Sol in Tarifa, waar het zeewater de prachtige kliffen omzoomt.


De route van La Axarquía- Costa del Sol

"Goed water en gezonde lucht, de grond uitstekend geschikt voor de zijdecultuur en veel rozijnen en druivensap"; dit was de streek La Axarquía voor Henríquez de Jorquera (XVIIe eeuw). Dit gewest in het oosten van Malaga strekt zich uit tot aan de natuurlijke grens gevormd door de bergkammen van Alhama, Tejeda en Almijara in de provincie Granada. In de sporen van de befaamde 14e-eeuwse reiziger Ibn Batuta loopt deze route door het gewest La Axarquía. Hier vond de laatste door de Arabieren gewonnen veldslag plaats tussen moren en christenen met als inzet het Koninkrijk Granada, waarna dit definitief door het Katholieke Koningen herwonnen werd. Als men de stranden van Malaga El Palo en Pedregalejo achter zich heeft gelaten bereikt men Rincón de la Victoria, een onder de inwoners van Malaga geliefd toeristencentrum dat beroemd is vanwege de voortreffelijke vis die hier gevangen wordt en die men ter plekke in de strandpaviljoens kan nuttigen. Na een bezoek aan de grot van El Higuerón, met rotstekeningen, volgt men een afslag via een B-weg naar Macharaviaya, geboorteplaats van de familie Gálvez, bekende veroveraars en mecenassen.

Weer terug aan de kust bereikt de reiziger vrijwel onmiddellijk Torre del Mar, een belangrijk toeristencentrum; enkele kilometers landinwaarts ligt Vélez Málaga, de hoofdstad van het gewest La Axarquia, oorspronkelijk de Romeinse nederzetting Mainoba, Vanuit deze plaats is goed te zien dat dit gewest op een gigantisch, meer dan duizend vierkante kilometer groot amfitheater lijkt met bergen rondom die aflopen in de richting van de zee.

Op de Monte de Veas staat het kasteel oftewel vesting van Vélez Málaga waarnaar de stad vernoemd is. Het oude stadsgedeelte is tot kunsthistorisch monument verklaard met als belangrijkste bouwwerk de parochiekerk van Santa María la Mayor, in gotische mudejarstijl, gebouwd op de funderingen van een voormalige moskee. Ook de kloosters van San Francisco, Las Claras en Las Carmelitas zijn de moeite waard, evenals de kerken van San Juan Bautista en San José de la Soledad en de beroemde weg kapelletjes. De belangrijkste civiele gebouwen zijn het Huis van Cervantes en het Hospitaal van San Marcos, hoewel het de moeite waard is een wandeling te maken door het historisch centrum dat nog veel meer interessante bouwwerken biedt. Vélez Málaga ligt aan het begin van een route die langs talrijke bekoorlijke dorpen voert. In westelijke richting bereikt men via Benamocarra en Benamargosa het bovenop een berg gelegen Comares dat nog een karakteristiek mohammedaans stadsplan vertoont met steile nauwe straatjes; Viñuela met archeologische vindplaatsen van het Neolithicum tot aan de Romeinse periode en Alcaucin met zijn kasteel en baden. In de omgeving bevinden zich Cútar, El Borge en Almáchar met zijn persinstallaties en subtropisch fruit.

In oostelijke richting rijdt de reiziger door een heuvelachtig landschap met witgeschilderde boerderijen en verrassende kleine dorpen met een Arabische architectuur waar nog sporen van het moorse verleden terug te vinden zijn, zoals bijvoorbeeld de minaretten van Árchez en Salares, het ronde kerkhof van Sayalonga, de kapel van San Sebastián in Algarrobo en de Paasweekvieringen van Riogordo. Dorpen temidden van een indrukwekkend landschap zoals bijvoorbeeld Cómpeta met een sierlijke toren en dicht tegen elkaar aan gebouwde huizen of Canillas, gelegen tussen de dalen van de rivieren de Vélez en de Rubite. Het aan de kust gelegen Torrox is de geboorteplaats van de legeraanvoerder Almanzor en ooit het centrum van de zijdecultuur in de Nazaritische tijd en Nerja, aan de oostelijke grens van de Costa del Sol, met een prachtig stadscentrum, stranden en de beroemde dolomietgrot. Vanuit Nerja rijdt men in noordelijke richting naar Frigiliana met de prehistorische begraafplaats Cerillo de las Sombras en steile gebergten. Deze plaats heeft een belangrijke rol gespeeld in de opstand van de tot christen bekeerde moslims en heeft nog steeds de zuiverste Arabische sfeer van het gehele gewest La Axarquía behouden


De route van de Guadalhorce naar Antequera- Costa del Sol

Deze route loopt langs de rivier de Guadalhorce door een opmerkelijk, spectaculair landschap. Met Malaga als vertrekpunt rijdt U naar de dorpen van La Haya via de zogenaamde Oranjebloesem route die begint in Alhaurín el Grande. Deze plaats is te bereiken via de kust ofwel door richting Cártama te rijden. Alhaurín, het voormalige Romeinse Laura Nova vertoont de sporen van oude beschavingen (Iberiërs, Tyriërs, Feniciërs, Romeinen). Het stadje is gevestigd aan de noordzijde van de Sierra de Mijas en ziet uit op de vallei van de Guadalhorce. De belangrijkste monumenten zijn het Gemeentehuis, de kerk van Nuestra Señora de la Encarnación en het paleis van Montellano. De belangrijkste viering is de Paasweek waarbij de verschillende broederschappen met elkaar wedijveren bij het vervaardigen van de mooiste beeldengroepen die meegedragen worden in de processies. Het nabijgelegen Coín met het fraaie kasteel, waar de reiziger Ibn Batuta reeds in de XIVe eeuw op attent maakte, biedt eveneens prachtige kerken en fonteinen, een diepgewortelde pottenbakkerstraditie en de legende van de verschijning in deze plaats van de Maagd van Fuensanta in de XVe eeuw. De route voert terug naar het station van Cártama en vervolgens naar Álora (gelegen op 34 km. afstand) met citroenbomen langs de weg. Het dorp ligt tussen de heuvels en het stadscentrum bestaat uit talrijke steile straatjes die naar het Arabische kasteel leiden, vanwaar men een uitstekend uitzicht heeft over de vlakte van de Guadalhorce. Vanhier kunnen twee verschillende interessante excursies gemaakt worden. Voor de eerste daarvan volgt men de weg naar Carratraca, met een 19e-eeuws kuuroord, en Ardales, gelegen aan de oever van de rivier de Turón met een middeleeuws kasteel.

De tweede excursie voert naar de ruïnes van Bobastro (een mozarabische kerk in een uitgeholde rots) en de kloof van El Chorro met een indrukwekkend landschap en grotten waar rotstekeningen te zien zijn. Men rijdt vervolgens terug naar Álora en neemt de weg in de richting van Antequera (34 km.). Deze plaats ligt in het hart van Andalusië, midden op de route tussen Sevilla en Granada en tussen Malaga en Córdoba. Reeds sinds prehistorische tijden hebben allerlei beschavingen hier langere of kortere tijd vertoefd en de stad beschikt dan ook over de grootste variatie aan monumenten van Andalusië. In de stad met de witte kerkjes in de stijl van Góngora (naar de dichter Gerardo Diego) - onder de Arabische overheersing het vrijwel onoverwinnelijke Madina Antakira - dient men beslist een bezoek te brengen aan de Puerta de Granada, de Arco de los Gigantes en het kasteel met de verdedigingstoren.

Het christelijke erfgoed komt tot uiting in de Collegiale Kerk van Santa María la Mayor; de kerken van San Sebastián, Santo Domingo, San José, San Pedro, La Encarnación en El Carmen en nog enkele andere noemenswaardige bouwwerken. In het Gemeentemuseum kan men mooie verzamelingen schilderwerken, beelden en edelsmeedkunst bewonderen. Het dertien kilometer zuidelijker gelegen Torcal de Antequera is met zijn meer dan duizend hectare oppervlakte één van de meest spectaculaire gewesten van Andalusië. De erosie, teweeggebracht door de tijd en het water, heeft ongelooflijke vormen uitgesleten in de rotsen van dit Natuurgebied gevormd door een fantastisch bergmassief met karstverschijnselen.